Discussieplatform

Impact van breed en realistisch economieonderwijs

Irene van Staveren is hoogleraar pluralistische ontwikkelingseconomie aan het Institute of Social Studies (EUR). 

Als zelfs mainstream economische media vragen om breder en diverser economieonderwijs wordt het dan niet eens tijd dat economieopleidingen de handschoen oppakken? Financial Times columnist Martin Wolf prijst het onderzoek naar het Nederlandse economieonderwijs van Rethinking Economics NL aan met de aanbeveling om in het onderwijs niet langer de sociale werkelijkheid van de economie op te offeren aan de hang naar precisie en beheersing zoals gewoonlijk is in de natuurkunde. Bloomberg, een financieel nieuws website, hekelt de beperkte economische kennis die aan universiteiten onderwezen wordt. Noah Smith betoogde onlangs in een column voor de Bloomberg site dat economiestudenten veel modellen leren maar vaak niet onderwezen worden om kritisch na te denken over wat ze leren. En een blog in The Economist beweerde onlangs dat het economievak zich in een gevaarlijke en onhoudbare positie bevindt.

Stel nu dat economieopleidingen niet alleen maar vertrekken vanuit onrealistische veronderstellingen en reductionistische modellen. Stel nu dat studenten niet alleen zouden leren hoe die modellen werken en waarop ze gebaseerd zijn maar ook wat de beperkingen ervan zijn en wat de epistemologische grondslagen ervan zijn. Reflectie op kwantitatieve methoden.

Welk mensbeeld erachter zit. En dat de mainstream modellen proberen de Newtoniaanse natuurkunde na te bootsen met de afkondiging van economisch gedrag als natuurwetten in plaats van als beïnvloed door de sociale context. Hoe zou bijvoorbeeld een scriptie eruit zien van een student die wel een brede opleiding heeft genoten? Een student die zelfs vaak geciteerde papers van gezaghebbende instituten als het IMF en de Wereldbank durft te bekritiseren? Sterker nog, een student die zo'n model onderuit haalt in zijn scriptie en laat zien dat een realistischer model tegenovergestelde resultaten laat zien bij een empirische toetsing met dezelfde data, aangevuld met data uit een realistischer database?

Laat er nou zo'n scriptie bestaan, van een masterstudent, Florian Springholz, die onlangs afstudeerde aan de Johannes Kepler Universiteit in Linz, Oostenrijk. In zijn scriptie, getiteld Economic globalization and its effect on income inequality, laat hij eerst zien dat de mainstream maatstaf voor globalisering veel te beperkt is en gebruikt hij daarom een bredere globaliseringsindex. Ten tweede haalt hij de resultaten van een invloedrijk IMF-paper onderuit dat liet zien dat de toename in de wereldwijde handel niet bijdraagt aan inkomensongelijkheid. De scriptie toont aan dat als de beleidsvariabele voor handel (daling van tarieven en andere handelsbarrieres) vervangen wordt door de werkelijke toename in handel (importen en exporten als percentage van het BNP) dat dan het effect van handel op ongelijkheid niet langer ongelijkheid vermindert maar juist vergroot. Maar de student gaat verder. Hij laat ook zien dat een realistischer empirisch model, met een langere tijdsperiode, en dus veel meer observaties, en zonder trucje om ontbrekende data te vervangen (door extrapolatie) wel tot robuste resultaten leidt. En die resultaten blijken precies omgekeerd te zijn aan die van het IMF paper. De student toont overtuigend aan dat een toename van wereldhandel gepaard gaat met toenemende inkomensongelijkheid. Hij laat ook zien dat meer sociale overheidsuitgaven en wetgeving die werkgelegenheid beschermt juist gecorreleerd is met een afname van inkomensongelijkheid.

Hoe kan dat toch, dat een masterstudent beter werk aflevert dan goedbetaalde IMF-economen die de hele dag niets anders doen dan economisch onderzoek? Ik denk niet dat er sprake is van kwade opzet, hoewel ik me verbaas over de kleine steekproef en de extrapolatie van data om gaten in het gegevensbestand op te vullen. Ik denk ook niet dat het gemakzucht is. Daarvoor is een instituut als het IMF veel te serieus en selectief voor als het gaat om het inhuren van nieuwe stafleden. Het kan niet anders dan dat het aan de gebrekkige economische opleiding ligt van deze crème de la crème van internationaal economisch beleidsonderzoek. Juist deze economen worden gerekruteerd van de meest vooraanstaande universiteiten - die allemaal mainstream opleidingen hebben. Florian Springholz heeft er in ieder geval geen zin in, al zou hij er als door een wonder in slagen om door de selectieprocedure heen te komen met zijn pluralistische achtergrond. Hij heeft zijn scriptiebegeleider meegedeeld dat hij iets heel anders gaat doen want meedoen aan zulke matige economische analyses wil niet. Hij wil iets nuttigs doen voor de wereld. En hij is niet de enige afgestudeerde econoom die er zo over denkt. Een groep voormalig studenten van de Engelse tak van Rethinking Economics schreef onlangs in hun boek The Econocracy - met uitgebreid voorwoord van niemand minder dan Andrew Haldane, bestuurder van de Engelse Centrale Bank - dat ze er als kersverse afgestudeerden achter kwamen dat ze de kennis en skills missen die nodig zijn om de grote problemen van deze wereld adequaat te kunnen bestuderen. Ze kregen al zo'n vermoeden toen tijdens hun studie bleek dat sociologiestudenten beter geïnformeerd waren over het ontstaan van de financiële crisis dan zijzelf.

Wanneer studenten uit protest zelf een economieboek schrijven, of een inventarisatie doen van de kwaliteit van het economieonderwijs in hun land, of een scriptie schrijven die kwalitatief ver uitsteekt boven een analyse van het IMF is het hoog tijd dat het economieonderwijs aan fundamentele zelfreflectie gaat doen. Ik wens de decanen van onze opleidingen in heel het land de moed en openheid van geest toe om dat te doen. En ik kijk uit naar nieuwe onderwijsprogramma's waar sociologiestudenten en IMF-economen jaloers op kunnen zijn.