Discussieplatform

Wat is economie eigenlijk?

Aart de Zeeuw is Emeritus Hoogleraar Milieueconomie aan de Universiteit van Tilburg.

Het woord economie komt uit het Grieks en betekent regels of wetten (“nomos”) voor het huis (“oikos”). Met het huis wordt dan bedoeld het systeem van productie en consumptie van goederen en diensten, en economie is dan de manier waarop we dat systeem vorm geven. Economie is ook een gedragswetenschap en beschrijft de keuzes die mensen in dat systeem maken. Economie heeft een lange traditie, maar het huidige economie onderwijs heeft zich verengd, en het is goed dat Rethinking Economics dat onder de loep neemt.

De belangrijkste kritiek is dat het huidige economie onderwijs zich vooral richt op neo-klassieke theorie en kwantitatieve methoden, en weinig ruimte laat voor de economische praktijk en voor andere theorieën en methoden. Dat is waar, maar toch denk ik dat we die kern van economie in stand moeten houden, simpelweg omdat er geen goed alternatief is. Andere economische scholen reiken alternatieven aan voor bepaalde onderstellingen en analyses, maar vormen niet de basis waarop ons huidige economische systeem gebaseerd is. Neo-klassieke theorie hanteert onderstellingen, zoals methodologisch individualisme en rationaliteit, die niet universeel houdbaar zijn, maar je moet ergens beginnen! Markten hebben ook hun waarde bewezen, en een economische praktijk zonder markten is niet erg succesvol gebleken. Een theorie met markten onder sterke onderstellingen is slechts een beginpunt. De huidige economiebeoefening gaat grotendeels over marktimperfecties. Het is alleen wel nodig om dit in het begin van de economie opleiding duidelijk te maken en niet de illusie te wekken dat deze simpele concepten de werkelijkheid volledig dekken. Het is ook nodig om een aantal alternatieven aan te reiken, zodat economen niet blijven hangen in deze simpele denkkaders, maar dan in aanvulling en niet ter vervanging van de basis van de theorie.

Een andere kritiek is dat er te weinig aandacht is voor andere disciplines, zoals sociologie en psychologie, en te veel aandacht voor wiskunde. Wiskunde is een taal die de analyse disciplineert, en het is ondoenlijk om het grootste deel van de economische literatuur te lezen zonder enige wiskundige kennis. Toch geldt onder economen ook de “grandmother test”: je moet te allen tijde je resultaten ook in gewone taal kunnen uitleggen. De vraag is echter of een economie opleiding met minder wiskunde toe kan. Het is toe te juichen dat economie als gedragswetenschap weer dichter bij sociologie en psychologie is komen te liggen, in de vorm van de gedragseconomie, hoewel daar ook nog weinig van te merken is in het begin van de meeste economie opleidingen.

Dit brengt mij op een belangrijk punt. We moeten keuzes maken! Dat is in feite wat een econoom altijd zegt. We kunnen niet de kern van de neo-klassieke theorie met methoden behouden, en andere theorieën, andere methoden, de economische praktijk, economische geschiedenis en multidisciplinariteit toevoegen. En daar komt nog iets bij. Er is ook nog zoiets als de relatie van het economisch systeem met de natuurlijke omgeving. Het woord ecologie komt eveneens uit het Grieks en betekent woord of beschrijving (“logos”) van het huis (“oikos”). Met het huis wordt dan bedoeld moeder aarde waar de mens en haar systeem van productie en consumptie onderdeel van uitmaakt. Die natuurlijke omgeving verschaft, naast levensvoorwaarden, de grondstoffen en de afvalput voor de productie en consumptie, maar ook directe welvaart waar het uiteindelijk allemaal om gaat. Dit aspect is wellicht wel het grootste manco van de neo-klassieke theorie, die losgezongen is van de natuurlijke omgeving, alleen draait om kapitaal, arbeid en materiële welvaart, en geen oog heeft voor de schaal en de houdbaarheid van de activiteiten. Ecologische economie is hier een reactie op, en ecologische economie richt zich ook op multidisciplinariteit en de praktijk. Echter de ecologische economie is geen economie in de zin dat er een volledige structuur wordt geboden voor het economisch systeem en voor de aansturing van gedrag in dat systeem. Daarom kies ik voor milieueconomie, waar de relatie met de natuurlijke omgeving wordt toegevoegd aan het economisch systeem en de economische analyse, en waar een breder welvaartsconcept wordt gehanteerd.

Keuzes maken, maar hoe dan? Of gewoon alles doen? Daar ben ik geen voorstander van. Dan wordt alles oppervlakkig. Ik denk dat een student ergens de diepte in moet gaan. Een student economie moet in eerste instantie een goed econoom worden: als econoom naar zaken kunnen kijken, de belangrijkste ideeën en resultaten kennen en kunnen gebruiken en uitleggen. Het is wel nodig om in de economie opleiding ruimte te maken voor andere gedragsconcepten, collectiviteit, praktijk cases, een stukje economische geschiedenis, en de natuurlijke omgeving. Dat laatste is betrekkelijk eenvoudig in te bouwen in algemene zin. Details kunnen pas ingevuld worden bij vervolgstudies of beleidspraktijk. In Tilburg hebben we ooit een vak micro-economie vervangen door milieueconomie in het tweede jaar. In dat vak werden de bekende concepten uit de economie zoals welvaart en externe effecten behandeld, maar gemotiveerd vanuit het milieu. Die verandering is later weer teruggedraaid, omdat “andere economie opleidingen gewoon micro-economie deden”. Zo komen we niet verder ….